De Tweede Kamer wil onderzoek naar het inbouwen van een incassostop voor schuldeisers in de schuldhulpverlening. Regeringspartijen VVD en CDA zijn verdeeld over de vraag of gemeenten de mogelijkheid moeten krijgen schuldeisers tijdelijk in de wacht te zetten. Met het onderzoek wordt een besluit hierover uitgesteld.
Dat bleek woensdag in de Kamer bij behandeling van een wetsvoorstel voor betere schuldhulp. CDA-Kamerlid Mirjam Sterk heeft met oppositiepartij PvdA een amendement ingediend voor een zogeheten moratorium.
Het idee is om schuldeisers die niet zijn aangesloten bij een convenant in de aanpak van schulden, maximaal zes maanden in de wacht te kunnen zetten. Zo kan een rustperiode ontstaan om zaken op te lossen.
Extra kosten
Een Kamermeerderheid voelt wel voor dit idee. SP kwam nog met een verdergaand voorstel. Maar de VVD is tegen en vreest onder meer extra kosten voor het overheidsapparaat. Sterk stelde daarom een onafhankelijk onderzoek voor en kreeg hiervoor voldoende steun.
Volgens staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken) zou de mogelijkheid van een moratorium in de gemeentelijke schuldhulp 16 tot 30 miljoen euro kunnen kosten. De VVD-bewindsman heeft zich in eerdere debatten al verzet tegen een incassostop voor schuldeisers. Hij is voor zelfregulering.
Incassostop
Kleine ondernemers bij wie de rekeningen openstaan, zouden door een incassostop volgens De Krom in financiële problemen kunnen komen. Ook wees hij erop dat schuldeisers al via de rechter gedwongen kunnen worden om mee te werken aan een afbetalingsregeling, terwijl het bij gemeenten gaat om een minnelijk traject.
CDA en PvdA zien een dreigend moratorium juist als een stok achter de deur voor zelfregulering. Ze hopen schuldeisers te stimuleren zich aan te sluiten bij een convenant, waardoor uiteindelijk geld wordt bespaard op de hulpverlening.
Lastig
Bovendien stelde PvdA'er Hans Spekman dat het vaak niet de kleine ondernemers zijn die zich lastig opstellen bij het oplossen van schulden. Volgens hem blijkt uit onderzoek dat grotere organisaties, zoals de fiscus, kredietverstrekkers en telecombedrijven, de belangrijkste schuldeisers zijn.
Bron(nen): ANP
